Deze band bevat drie reeksen:
- 'Piscium Vivae Icones' (PK.OPB.0025.001-PK.OPB.0025.022): Titelblad en 21 genummerde platen (willekeurige volgorde) met afbeeldingen van vissen en dieren die in het water leven, met op de achtergrond zeezichten. Deze reeks bestaat uit 25 prenten, prent 6, 9, 16 en 25 ontbreken. De originele editie werd gegraveerd en uitgegeven door Adriaen Collaert omstreeks 1600. Meer dan de helft van de prenten zijn kopies in spiegelbeeld, waarschijnlijk van de uitgave van Justus Sadeler (Venetië) en hebben een andere nummering dan de originele editie. Bij de vissen en dieren is de Latijnse naam vermeld. Collaert baseerde zich op oudere ichtyologische werken. Voor de schepen op de achtergrond baseerde hij zich op de prenten van Frans Huys naar Pieter Breugel.
- 'Avium Vivae Icones' (PK.OPB.0025.023-PK.OPB.0025.052): Titelblad en 29 genummerde platen (willekeurige volgorde) met afbeeldingen van vogels, met op de achtergrond landschappen. Deze reeks bestaat uit 31 prenten, prent 14 en 17 ontbreken. De twee originele edities (de eerste bevat de prenten 1 tot 15 en de tweede 1 tot 32 inclusief het titelblad) werden uitgegeven door Adriaen Collaert omstreeks 1600. Het titelblad in dit prentenboek is een kopie van Jacomo Paulini en de reeks bevat verschillende kopies van hem.
- 'Animalium Quadrupedum' (PK.OPB.0025.053-PK.OPB.0025.071): Negentien platen met voorstellingen van viervoetige dieren tegen een landschappelijke achtergrond. De platen zijn genummerd, maar niet in volgorde, en het titelblad ontbreekt. De oorspronkelijke reeks komt overeen met nrs. 1462–1481 in The New Hollstein, waar de reeks in dit album is gecatalogiseerd als kopie C.2, waarbij de hypothese wordt geopperd dat zij werd uitgegeven door Claes Jansz. Visscher. Er is echter een andere afdruk van dezelfde kopie C.2 geïdentificeerd, die volledig overeenkomt met de reeks in dit album, in de collectie van het Agnes Etherington Art Centre, Queen’s University, Kingston (inventarisnummers 00‑806 t/m 00‑821). Dit exemplaar bevat een titelblad (inv. nr. 00‑806), waarop Justus Sadeler wordt vermeld als zowel graveur als uitgever van de reeks. Het lijkt er daarom op dat kopie C.2 aan Justus Sadeler moet worden toegeschreven in plaats van aan Claes Jansz. Visscher, zoals eerder werd gesuggereerd in The New Hollstein. Deze identificatie en ontdekking werden voor het eerst voorgesteld door dr. Suzanne van de Meerendonk, Bader Curator of European Art, Agnes Etherington Art Centre.