Interessant is de voorstelling van enkele bouwwerken, zoals de molens aan weerszijden van de Begijnenpoort, de Begijnenpoort zelf, de toren van de Sint-Joriskerk en het Schermershuis, met sierlijke gevel en portaal in Renaissancestijl. Boven de toegangsdeur staat op de deurlatei het jaar 1576 gegraveerd, hetgeen overeenstemt met het jaar dat de Spaanse furie in Antwerpen toesloeg.
De aandacht op deze prent gaat vooral naar de barricade opgeworpen door de Antwerpse bewapende gilden, met steun van Waalse vendels. Deze hindernis volgt grotendeels de restanten van de zuidzijde van de Spaanse omwalling. Op de aarden wal vanaf het Schermershuis tot voor het Sint-Rochusgasthuis wordt een rij hoge schanskorven opgetrokken. Zij vormen een verschansing van wel 3 m hoogte. Daarachter staat een vendel piekeniers opgesteld. Achter hen wordt reeds slag geleverd. De bedoeling van deze met aarde opgevulde schanskorven is enerzijds de toegang tot de Begijnenstraat te verhinderen, en anderzijds een mogelijke aanval op het Schermershuis, het gildehuis van de schermers, te bemoeilijken. Voor het Schermershuis werden twee kanonnen (mogelijk 48-ponders) opgesteld en vuren in de richting van de citadel. Verderop worden ook schanskorven op de overblijfsels van de oude omwalling geplaatst om de steenweg naar de citadel af te sluiten van de Walenstraat (Boeksteeg), die rechtstreeks toegang zou verlenen tot het stadscentrum, en van de Kloosterstraat. Achter deze snel opgeworpen barricade ziet men op de prent heel duidelijk de Bervoetstraat, met in het verlengde de Rochusstraat en de Lepelstraat doorlopen tot aan de Schelde ter hoogte van de Kronenburgpoort. Maar deze afsnijding door de Antwerpenaren en hun gewapende gilden is niet opgewassen tegen de bestorming van naar schatting 4000 muitende soldaten, die vanuit de citadel de stad aanvallen. Op de prent zien we langs de citadelpoort aan de Markgravelei de 2000 man voetvolk afkomstig uit Aalst en onder leiding van Francisco de Valdéz , de citadel binnentrekken. Zij vervoegen de 500 cavaleristen onder het gezag van kapitein Julian Romero, de ca. 1000 tercio’s onder het bevel van Don Alonso de Vergas en nog 500 soldeniers. Op de prent merken we oprukkende ruiters te paard, tercio’s met hun musketten in aanslag, schermers, piekeniers en zelfs enkele hellebaardiers. De aanval gebeurt in twee golven. De muitende vendels uit Aalst vielen de barricade langs drie zijden aan en zouden met geweld doordringen. Dit is duidelijk herkenbaar op de prent. Vanop de bastions Hernando en Duca wordt de stad beschoten. Aan de Kronenburgpoort, in de Kloosterstraat, de Begijnenstraat en aan het Sint-Rochusklooster zijn grote rookpluimen van uitslaande branden zichtbaar.
Heel anders is de toestand rond de Begijnenpoort. Deze poort werd veel te monumentaal en in steen weergegeven. Wel werden beide windmolens (rechts van de poort, ‘de Roel’ of Roelantmolen) aan weerszijden van de poort correct weergegeven. Naar de joincte (verbindingswal) toe graast het vee in alle rust. Een koe wist zich zelfs te nestelen aan de buitenzijde van de verbindingswal en graast lustig verder op de kleine aarden strook van de escarp tussen de walgracht en de met gras begroeide joincte. Een merkwaardig detail is de kleine scheepswerf gelegen langs de oever van de Schelde tussen de Kronenburgpoort en de citadel. Twee schepen in opbouw worden afgebeeld.